Het Multiculturele Voordeel
23 juni 2000 : http://home.planet.nl/~stuur013/Manifest.html

Het Multiculturele Voordeel:
Meertaligheid als Uitgangspunt
Taalkundig Manifest

Onze samenleving is meertalig. We hebben minderheidstalen als het Fries, streektalen als het Nedersaksisch, het Limburgs en het Zeeuws, en vele 'autochtone' Nederlanders spreken een dialect of een stadstaal. De laatste vijftig jaar is er een toestroom van immigranten vanuit landen rond de Middellandse zee, zoals Spanje en Italië, en later vanuit Turkije en Marokko. Deze mensen hebben hun eigen talen en culturen meegebracht, net als de Molukkers, de Chinezen, de Surinamers en de Antillianen, en vele anderen, waaronder vluchtelingen uit tal van landen. Meertaligheid is daarmee een eigenschap van onze multiculturele samenleving geworden. Het merendeel van de inwoners van ons land wordt thuis opgevoed in een andere taal of taalvariëteit dan het standaard-Nederlands. Dat is een gegeven, niet een probleem.

Op dit moment lijkt er in het maatschappelijke debat over de multiculturele samenleving een tendens te ontstaan in de richting van eentaligheid. Om de leerproblemen van anderstaligen op te lossen wordt heil gezocht in een exclusieve benadrukking van het Nederlands als standaardtaal. Vooral waar het gaat om de schoolsituatie worden er voorstellen gedaan om de meertaligheid van allochtone leerlingen zoveel mogelijk tegen te gaan. Er wordt zelfs al gesproken over 'Nederlands op schoot'. Dit is een paradoxale paniekreactie op een complex probleem.

Het onderwijsbeleid ten aanzien van allochtone leerlingen lijkt een heilloze weg in te slaan waarin de pluriforme taalsituatie moet worden aangepast aan een monolinguale schoolsituatie. Men lijkt te denken dat de school of de "voorschool" de plaats is om multiculturele problemen op te lossen. Dat de school een afspiegeling is van onze samenleving lijkt men niet of nauwelijks te beseffen. Het is natuurlijk andersom: als er problemen zijn, moet de school zich aanpassen aan de veranderde situatie. Het onderwijs zou zich dan ook moeten beraden op manieren waarop de schoolsituatie kan aansluiten bij de bestaande multiculturaliteit. Diversiteit zou een uitgangspunt moeten zijn voor aanpassing van het schoolsysteem met zijn sterk monolinguale habitus.

Wij kunnen wel denken of wensen dat 'buitenlanders' zich moeten aanpassen, de praktijk wijst uit dat deze patriarchiale opstelling eerder maatschappelijke problemen veroorzaakt dan oplost.

De essentie van de aanpak van het probleem rond het schoolsucces van allochtone jongeren zou moeten liggen in het accepteren van meertaligheid als uitgangspunt en als doelstelling. Onderzoek wijst uit dat kinderen, en zeker jonge kinderen, in staat zijn om twee of zelfs meer talen tegelijkertijd te verwerven. In Friesland bestaat er geen beweging die er voor pleit om kinderen rond twee jaar op een exclusief Nederlandstalige voorschool te plaatsen. Daar is tweetaligheid een geaccepteerd verschijnsel dat via school bovendien wordt bevorderd. Ook bij andere groepen zoals de Chinezen en de Molukkers ervaren wij tweetaligheid niet als een probleem. De onderwijsaanpak van de Molukkers in de jaren vijftig laat zien dat met het streven naar eentaligheid eerder problemen worden veroorzaakt dan worden opgelost: bilinguaal en bicultureel onderwijs was een antwoord op een falende monolinguale en monoculturele aanpak.

Wat moet er dan concreet veranderen ten opzichte van de huidige aanpak? Als we de schoolresultaten van allochtone leerlingen willen verbeteren, moeten we de didactiek aanpassen aan deze groep leerlingen. Niemand zal ontkennen dat veel van deze leerlingen een te geringe beheersing van het Nederlands hebben en dat dit een negatief effect heeft op hun perspectieven in onze samenleving. Er zal dus iets moeten gebeuren met het taalonderwijs. Het is niet reëel om te verwachten dat de samenleving zich vanzelf zal aanpassen aan dit probleem.

De oplossing ligt enerzijds in het vergroten van het respect voor en de vaardigheid in de thuistaal van allochtone leerlingen en anderzijds in het vergroten van de vaardigheid van het Nederlands door speciaal daarvoor ontwikkelde methoden. De overheid zou meertaligheid moeten uitroepen tot een belangrijk en wenselijk onderdeel van de samenleving en het beleid richten op de stimulering van een meertalige samenleving. In andere multiculturele landen zoals Australië, Canada of Noordrijn-Westfalen, is het overheidsbeleid expliciet gericht op een ondersteuning van meertaligheid. Dit is niet alleen een menswaardige benadering, maar ook een benadering die culturele, maatschappelijke en economische voordelen biedt. Meertaligheid zou gezien moeten worden als economisch en cultureel kapitaal.

In een modelwijk in Nederland als het Utrechtse Lombok zien we dat een positieve benadering van multiculturaliteit en meertaligheid leidt tot een boeiend proces van culturele en maatschappelijke integratie. Ook economisch is er veel winst te behalen door op een creatieve manier gebruik te maken van de veeltalige samenleving. De overheid zou het initiatief moeten nemen om het keuzepakket van talen in het voortgezet onderwijs drastisch uit te breiden als een teken van respect voor de talen en culturen van een sterk groeiende groep in onze samenleving. Een verhoging van het prestige van de talen en culturen van allochtone leerlingen is een belangrijk deel van de oplossing van 'het taalprobleem'.

Dit alles neemt niet weg dat er op dit moment sprake is van een te geringe beheersing van het Nederlands bij veel allochtone leerlingen. Daar moet iets aan gedaan worden. In het onderwijs moet er structurele aandacht zijn voor het feit dat grote groepen leerlingen niet het standaard Nederlands als eerste taal hebben. Er moet allereerst doelgericht onderwijs zijn voor allochtone leerlingen in de vorm van Nederlands als tweede taal. Dit is een expertise die specifieke scholing vereist. Op het gebied van de didactiek van het vak Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs valt nog veel te verbeteren. Het onderwijs zou daarnaast in brede zin moeten uitgaan van een meertalige situatie. Het onderwijs in zaakvakken als aardrijkskunde en biologie zou zo georganiseerd moeten zijn dat het aansluit bij meertalige en multiculturele klassen, en niet alleen bij leerlingen die een (standaard-) Nederlandstalige achtergrond hebben. Dit vereist een interculturele didactiek voor de zaakvakken; leraren zullen moeten worden bijgeschoold om zich deze nieuwe benadering eigen te maken; de opleiding van docenten moet worden veranderd; nieuwe leermethoden zullen beter moeten worden geïmplementeerd of nog moeten worden ontwikkeld; de toetsing zal moeten worden aangepast. Al deze elementen vragen om een nationaal werkprogramma van de overheid.

Dat er iets moet gebeuren is wel duidelijk geworden uit de brede maatschappelijke discussie die op dit moment plaatsvindt; dat het niet eenvoudig is om een oplossing te vinden is evident; maar laten we vooral proberen om deze complexe problematiek op een zorgvuldige en doordachte manier aan te pakken. De taalwetenschap heeft de afgelopen decennia veel aandacht besteed aan meertaligheid en aan het leren en onderwijzen van Nederlands als tweede taal en van allochtone talen. De resultaten van deze studies geven aanleiding tot de hierboven besproken stellingname.

Wij vinden dat de resultaten van taalkundig onderzoek een veel grotere rol moeten spelen in het publieke debat over de multiculturele samenleving. Om deze visie verder toe te lichten en te confronteren met andere opvattingen over de taalproblematiek van allochtone leerlingen hebben onderstaande personen, tevens samenstellers van dit manifest, in samenwerking met de Landelijke Onderzoekschool Taalwetenschap LOT op 23 juni 2000 een debat georganiseerd over dit thema in het Trippenhuis, het hoofdgebouw van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen aan de Kloverniersburgwal 29 in Amsterdam. Aanmeldingsformulieren kunt u opvragen bij LOT, Universiteit Utrecht (030-2536006 of uil-ots@let.uu.nl). Informatie: Studio Taalwetenschap Helsloot Verrips (020-6390115 of karijn.helsloot@hum.uva.nl).

Opstellers van dit manifest:


Hans Bennis, directeur Meertens Instituut, Amsterdam;
Guus Extra, hoogleraar Taal en Minderheden, directeur van Babylon, Centrum voor Studies van Meertaligheid in de Multiculturele Samenleving, KUB, Tilburg;
Pieter Muysken, hoogleraar Talen en Culturen van Latijns Amerika, Universiteit Leiden, en winnaar van de Spinozaprijs 1999;
Jacomine Nortier, Universiteit Utrecht; coördinator van het NWO-onderzoekprogramma Talen en Culturen in het Utrechtse Lombok en Transvaal.

Lijst van ondertekenaars van dit manifest:


Jeroen Aarssen, Babylon, KUB Tilburg
Lilian Adamson, Algemene Taalwetenschap, Universiteit van Amsterdam
Metin Alkan, Pedagogiek en Onderwijskunde, Universiteit van Amsterdam
Abder El Aissati, Babylon, KUB Tilburg
Tim van der Avoird, directeur Wetenschapswinkel, KUB Tilburg
Sylvia Bacchini, Expertisecentrum NT2, PABO Haarlem Ad Backus, Babylon, KUB Tilburg
Anne Baker, hoogleraar Psycholinguistiek en Taalpathologie, Universiteit van Amsterdam
Peter Bakker, Intituut voor Linguistiek, Aarhus, Denemarken
Frits Beukema, Engels, Universiteit Leiden
Renee van Bezooijen, Algemene Taalwetenschap en Dialectkunde, Universiteit Nijmegen
Henk Bloemhoff, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden
Roberto Bolognesi, Algemene Taalwetenschap, Universiteit Groningen.
Theo Bongaerts, Toegepaste Taalwetenschap, Universiteit Nijmegen
Marianne Boogaard, PABO Haarlem, Utrechts Instituut voor Linguïstiek/OTS, Universiteit Utrecht
Petra Bos, Toegepaste Taalwetenschap, Vrije Universiteit Amsterdam / Babylon, KUB Tilburg
Kees de Bot, hoogleraar Toegepaste Taalwetenschap, Universiteit van Nijmegen
Louis Boumans, Taalwetenschap, Universiteit Leiden
Dirk Boutkan, Fryske Akademy, Ljouwert
Rolf Bremmer, Engels, Universiteit Leiden
Peter Broeder, Babylon, KUB Tilburg
Hans Broekhuis, NWO / KUB Tilburg
Leonie Cornips, Meertens Instituut, Amsterdam
Resi Damhuis, Expertisecentrum Nederlands, Universiteit Nijmegen
Jolanda Dobber, Dubbelop Steunpunt voor Meertalige Opvoeding
Jenny Doetjes, Utrechts Instituut voor Linguïstiek OTS, Universiteit Utrecht
Jan Don, Utrechts Instituut voor Linguïstiek OTS, Universiteit Utrecht
Margreet Dorleijn, Leerstoelgroep Turks, Universiteit van Amsterdam
Mienke Droop, Expertisecentrum Nederlands, KUN Nijmegen
Siebren Dyk, Fryske Akademy, Ljouwert
Fred Dijs, journalist/filmmaker
Martin Everaert, managing director LOT / UiL OTS, Universiteit Utrecht
Riet Evers, Toegepaste Taalwetenschap, Universiteit Nijmegen
Nadia Eversteijn, Babylon, KUB Tilburg
Paula Fikkert, Nederlands, KNAW / Universiteit Nijmegen
Lucia Fiori, beleidsmedewerker onderwijs, LIZE, Utrecht
Ad Foolen, Algemene Taalwetenschap en Dialectologie, Universiteit Nijmegen
Marinel Gerritsen, Communicatie en Informatiewetenschappen, Universiteit Nijmegen
Frank van Gestel, Nederlands, Universiteit Utrecht
Ton Goeman, Meertens Instituut, Amsterdam
Durk Gorter, hoogleraar Fries, UvA / Fryske Akademy, Leeuwarden
Dorian de Haan, Ontwikkelingspsychologie, Universiteit Utrecht
Hanneke van der Heijden, afdeling Turks, Centrum Educatieve Dienstverlening, Rotterdam
Karijn Helsloot, Studio Taalwetenschap Helsloot Verrips
Kees Hengeveld, hoogleraar Algemene Taalwetenschap, Universiteit van Amsterdam
Frans Hinskens, hoogleraar Neerlandistiek, Institut für Germanistik, Universität Leipzig
Angeliek van Hout, Utrechts Instituut voor Linguistiek OTS, Universiteit Utrecht
Aafke Hulk, hoogleraar Frans, Universiteit van Amsterdam
Marjan Huisman, Nederlands, Vrije Universiteit Amsterdam
Jan Hulstijn, hoogleraar/leerstoelgroep Tweede-taalverwerving, Universiteit van Amsterdam
Anne-Mieke Janssen-van Dieten, Toegepaste Taalwetenschap, Universiteit Nijmegen
Theo Janssen, hoogleraar Nederlands, Vrije Universiteit Amsterdam
Willy Jongenburger, Meertens Instituut, Amsterdameter Jordens, hoogleraar Toegepaste Taalwetenschap / Nederlands als Tweede Taal, Vrije Universiteit Amsterdam
Ans van Kemenade, hoogleraar Engels, Universiteit Nijmegen
Anne Kerkhoff, Centrum voor Innovatie van Opleidingen, Den Bosch
Marijke Kienstra, Expertisecentrum Nederland, Universiteit Nijmegen
Geert Koefoed, Sociolinguistiek, Utrechts Instituut voor Linguïstiek/OTS, Universiteit Utrecht
Tom Koole, Utrechts Instituut voor Linguïstiek OTS, Universiteit Utrecht
Sjaak Kroon, Babylon, KUB Tilburg
Folkert Kuiken, Leerstoelgroep Tweede Taalverwerving, Universiteit van Amsterdam
Wouter Kusters, Universiteit Leiden
Pim Levelt, hoogleraar psycholinguistiek, Max Planck Instituut, Nijmegen
Elisabeth van der Linden, Tweede-taalverwerving, Universiteit van Amsterdam
Vincenzo Lo Cascio, hoogleraar Italiaanse Taalkunde, Universiteit van Amsterdam
Bettelou Los, Algemene Taalwetenschap, Vrije Universiteit Amsterdam
Guust Meijers, hoofd Talencentrum, KUB Tilburg
Maarten Mous, Afrikaanse Taalkunde, Universiteit Leiden
Victoria Nyst, gebarentaal, Algemene Taalwetenschap, Universiteit van Amsterdam
Herman Obdeijn, migratiegeschiedenis / coördinator Minderhedenstudies, Universiteit Leiden
Seyfi Özgüzel, Multicultureel Netwerk Management, Rotterdam Roy Panday, hoofd programma-ontwikkeling, Haags Centrum voor Onderwijsbegeleiding
Harry Perridon, Skandinavische Taalkunde, Universiteit van Amsterdam
Gertjan Postma, Algemene Taalwetenschap, Leiden
Siel van der Ree, Vreemde- & Tweede Taal Onderwijs, SSALTO, Voorburg
Piet van Reenen, hoogleraar Taalwetenschap, Vrije Universiteit Amsterdam
Chris Reintges, Talen en Culturen van het Nabije Oosten, Universiteit Leiden
lex Riemersma, Berie foar it Frysk, Ljouwert / president van de Nederlandse lidstaat-commissie van het Europees Bureau voor Taalminderheden
Johan Rooryck, hoogleraar Frans, Universiteit Leiden
Eddy Ruys, Utrechts Instituut voor Linguïstiek OTS, Universiteit Utrecht
Reinier Salverda, hoogleraar Dutch Language and Literature, University College London
Marian Schoenmakers, Portugees, Instituut Vreemde Talen, Universiteit Utrecht
Jan Schroten, Spaans / OTS, Universiteit Utrecht
Fermin Sierra Martinez, Spaans, UvA
Fritz Spliethoff, landelijk projectmanager Taalbeleid, Katholiek Pedagogisch Centrum, 's Hertogenbosch Gé Stoks, voorzitter Vereniging van Leraren in Levende Talen, Amsterdam
Marianne Stuurman, Dubbelop Steunpunt voor Meertalige Opvoeding
Sonja Terluin, Toegepaste Taalwetenschap, Universiteit Nijmegen
Ben Tervoort, emeritus hoogleraar Algemene Taalwetenschap, Universiteit van Amsterdam
Ingrid Tieken-Boon van Ostade, Engels, Universiteit Leiden
Cornelis Tuk, Letteren, Vrije Universiteit Amsterdam
Ton Vallen, hoogleraar Meertaligheid en Onderwijs, Babylon, KUB Tilburg
Ineke Vedder, Tweede-taalverwerving, Italiaans, Universiteit van Amsterdam
Arie Verhagen, hoogleraar Nederlands, Universiteit Leiden
Marianne Verhallen, hoofd Expertisecentrum NT2, PABO Haarlem
Ludo Verhoeven, hoogleraar Orthopedagogiek, Universiteit Nijmegen
Anne Vermeer, Babylon, KUB Tilburg
Maaike Verrips, Studio Taalwetenschap Helsloot Verrips / OTS Universiteit Utrecht
Arjen Versloot, Fryske Akademy, Ljouwert
Sylvia Vink, lid staatsexamencommissie NT2, ICLON, Universiteit Leiden
Leendert de Vink, Nederlands, Universiteit Leiden
Willem Visser, Fryske Akademy, Ljouwert
Hein van der Voort, Vergelijkende Taalwetenschap, Universiteit Leiden
Mark de Vries, Nederlandse Taalkunde, Universiteit van Amsterdam
Jan de Vries, hoogleraar Dutch Studies, Universiteit Leiden
Fred Weerman, Nederlands, Universiteit Utrecht
Bert Weltens, directeur Universitair Talencentrum, Nijmegen Jehannes Ytsma, Fryske Akademy, Ljouwert
Hedde Zeijlstra, Taalwetenschap, Universiteit van Amsterdam